| Berlinale 2010: een kort verslag |
|
Frans Westra reisde direct na het IFFR in Groningen naar Berlijn om zich daar te storten in het festivalgewoel. een verslag. En dan sta je plotseling oog in oog met Lars von Trier. ’s Werelds schuwste mens moest ’s ochtends om negen uur in het Berlijnse Cinemaxx theater zijn nieuwe film komen presenteren. Verder dan een dia en één zin kwam hij niet, maar het was genoeg. Zijn nieuwste film gaat over de maan die de aarde bedreigt en we krijgen hem in 2011 in Cannes te zien.
Mooie films uit Scandinavië waren er ook dit jaar al in Berlijn te zien. De nieuwe film van Festen maker Thomas Vinterberg bij voorbeeld, die aantoont dat hijzelf weer terug is op het rechte pad. Submarino is een diepzwart verhaal over twee in hun jeugd verwaarloosde broers die beide verslaafd zijn. Enig perspectief lijkt nog te zijn dat de alcoholverslaafde er beter aan toe is dan de cocaïneverslaafde en dat allemaal in een zeer deprimerend winters Kopenhagen. Goed nieuws ook uit Finland, waar de film Bad family van Aleksi Salmenperä vandaan komt, die een mooie eigentijdse variant op Festen is. Andere topper in Berlijn was The killer inside me van Michael Winterbottom, die hiermee definitief heeft aangetoond de meest productieve en veelzijdige cineast van deze wereld te zijn.
Dat kan niet gezegd worden van Roman Polanski, die ronduit teleurstelde met The ghost writer , een politieke thriller die gedeeltelijk is opgenomen op één van de Duitse Waddeneilanden. Jammer. Ronduit slecht waren de nieuwe films van Julio Medem (A room in Rome , flutfilm over lesbische rijkeluisdochters met als hoogtepunt een verwarmde komkommer) en Zhang Yimou ( A woman, a gun & a noodle shop ), ondanks de leuke titel een slappe komedie à la John Lantings theater van de lach). Veel beter was de openingsfilm uit China Apart together over de hereniging van familieleden uit Taiwan en China. Een mooi verhaal met een overtuigende plot. Interessante outsiders in het programma waren Kawasaki Rose van Jan Hrebec uit Tsjechië, Howl (over de dichter Allen Ginsberg) van Rob Epstein en Jeffrey Friedman en Kanikosen van de Japanse cultfimer Sabu over krabbenvissers in de wateren rond Kamchatka. Waren er dan ook verrassingen? Jawel, een prachtige langzame film uit het noordwesten van Turkije, Bal (winnaar Gouden Beer) van Semih Kaplanoglu en een heerlijke Amerikaanse komedie, The kids are all right van Lisa Chodolenko met eminente glansrollen van Julianna Moore, Annette Bening en Mark Ruffalo. In de filmmarkt viel verder de nieuwe (Franse) film van Manuel Pradal op: La blonde aux seins nus, een mooi drama rond een binnenschip en een schilderij van Monet.
Van de al iets oudere films die ik bekeek stelde Tetro van Francis Ford Coppola teleur en was Enter the void van Gaspar Noë een aangename trip – in meerdere opzichten – in Tokyo. De Spaanse film Yo también, die ook in Rotterdam te zien was, is in feite een evenknie van de allerbeste films van Pedro Almodóvar, en was daarmee in de European Film Market in Berlijn het hoogtepunt. Een overzicht van de prijswinnaars is hier te vinden In Berlijn aangekochte films die waarschijnlijk in Images te zien zullen zijn: Greenberg – Noah Baumbach Winter’s bone – Debra Granik Blanc comme neige – Christophe Blanc La blonde aux seins nus – Manuel Pradal L’illusioniste – Sylvain Chomet Chicas – Yasmina Reza On the path – Jasmila Zbanic Cosa voglio di piu – Silvio Soldini Alza la testa – Alessandro Angelini Viola di mare – Donatella Maiorca Io sono l’amore – Luca Guadagnino The killer inside me – Michael Winterbottom El secreto de sus ojos – Juan José Campanella Deliver us from evil – Ole Bornedal Enter the void – Gaspar Noë Bal – Semih Kaplanoglu Rompecanezas – Natalia Smirnoff Submarino – Thomas Vinterberg The kids are all right – Lisa Chodolenko The two horses of Genghis Khan – Davaa Byambasuren
|